lid commissie Sociaal

Joke Hubert

De PvdA is altijd mijn club geweest waar ik op de één of andere manier actief voor ben geweest. Heel vroeger (ik ben van 1962) al bij de jonge socialisten, en later als afdelingsvoorzitter en wethouder van de gemeente Deurne. Toen ik, na vier jaar pendelen, in 2011 definitief in Eibergen ben komen wonen, ben ik gelijk weer actief geworden van ‘mijn partij’, in een gemeente die voor mij niet vreemd is. Als voormalig vakbondsbestuurder ben ik jaren in deze regio actief geweest in de voedingssectoren zoals de zuivel. En ineens vergaderde ik weer in zaaltjes die ik nog uit die tijd ken. Met mensen waar ik intensief mee heb samen gewerkt in de hectische tijd dat Coberco ging fuseren met Friesche Vlag bijvoorbeeld. En ik rij weer de prachtige weg van Gelselaar, Geesteren naar Borculo.

Maar het was ook weer thuiskomen in de gespreksonderwerpen. Want bij FNV Kiem, de vakbond voor de kunsten en culturele sector, was de gemeente Berkelland vaak gespreksonderwerp. En als voorzitter van die club had ik het regelmatig over de rechtmatigheid van handelen van dit gemeentebestuur. En nu ben ik ineens lokaal volop betrokken bij beleid dat het culturele hart hard raakt. Als partijlid praat ik mee over de bestemmingsplannen van onze culturhuzen bijvoorbeeld. En als vrijwilliger (lid RvT) bij de bibliotheek Oost Achterhoek heb ik het over de gevolgen van de ingrijpende bezuinigingen.

Als voormalig vakbondsbestuurder weet ik als geen ander dat ingrijpende besluiten alleen gedragen worden als de OR en de vakbond de gelegenheid krijgen om invloed uit te oefenen. En die rol, het kunnen en mogen bijsturen van voorgenomen besluiten in het belang van de samenleving ligt mij goed. En daarom heb ik me enthousiast gemeld als raadslid en zal ik me volledig inzetten. Hierbij zie ik het als een groot voordeel dat ik politiek actief geweest ben in een andere gemeente. Want daarom weet ik dat bezuinigingen alle gemeentes treffen. Maar ik weet ook dat bezuinigingen anders en socialer opgevangen kunnen worden en dat een gemeente niet sterker uit de crisis komt door te gemakkelijk van alles op het bordje van de eigen verantwoordelijkheid van de burger te leggen.